ASSICT Fondsenwerving
Projecten rond sociale verbinding en mentale veerkracht

Mei is zo’n maand waarin veel samenkomt. Niet omdat we dat bedacht hebben, maar omdat het vanzelf gebeurt. Herdenken en vieren liggen dicht bij elkaar. Buurten komen weer naar buiten. Agenda’s raken voller, pleinen levendiger. En ondertussen zijn veel organisaties juist nu bezig met aanvragen, plannen en gesprekken over wat er na de zomer moet gebeuren.

Wij merken dat projecten rond sociale verbinding en mentale veerkracht in deze periode ineens concreet worden. Ideeën die eerder nog wat abstract waren, krijgen vorm. En dat is geen toeval.

Waarom mei werkt voor dit soort projecten

Er zit iets in de timing. Mensen staan meer open voor contact. De drempel om mee te doen ligt lager. Activiteiten hoeven minder “gemaakt” te worden; ze sluiten aan op wat er al speelt.

Denk aan een buurt die samenkomt rond een herdenkingsmoment. Of een wijkfeest waar nieuwe bewoners voor het eerst echt aansluiten. Dat zijn geen losse gebeurtenissen. Daar ontstaat ruimte voor gesprekken, herkenning, soms zelfs opluchting.

Projecten die hierop inspelen, voelen vaak natuurlijker. Niet geforceerd, maar passend bij het moment.

We zien bijvoorbeeld een initiatief waarbij jongeren en ouderen samen verhalen ophalen rond 4 en 5 mei. Dat begint klein, maar groeit snel. Niet omdat het groots is opgezet, maar omdat het raakt aan iets wat er al leeft.

Mentale veerkracht zit vaak in kleine dingen

Veel organisaties denken bij mentale veerkracht meteen aan grote programma’s of specialistische begeleiding. Terwijl juist de kleinere, toegankelijke activiteiten vaak het verschil maken.

Een wekelijkse wandeling. Een open inloop. Samen koken. Het zijn geen spectaculaire interventies, maar ze doen wel iets. Mensen komen weer in beweging. Letterlijk en figuurlijk.

Wat we daarbij vaak zien: projecten werken beter als ze niet te zwaar worden ingestoken. Zodra het “over mentale gezondheid” gaat, haken sommige mensen af. Maar als het gaat om ontmoeten, meedoen, ergens bij horen – dan ontstaat die veerkracht vanzelf.

Dat vraagt wel iets van hoe je het opschrijft in een aanvraag. Niet alles hoeft benoemd te worden zoals het bedoeld is. Soms is het juist sterker om het klein en herkenbaar te houden.

De rol van fondsen en gemeenten in deze periode

Mei is ook praktisch gezien een belangrijke maand. Veel fondsen zitten midden in beoordelingsrondes. Gemeenten kijken vooruit naar de tweede helft van het jaar. Nieuwe regelingen komen eraan, budgetten worden verdeeld.

Dat betekent dat plannen die nu worden ingediend, vaak precies op tijd zijn voor na de zomer. Maar dat vraagt wel om scherpte.

We zien regelmatig dat goede ideeën nét niet landen, omdat ze te algemeen blijven. “We willen sociale verbinding versterken” klinkt logisch, maar zegt weinig. Waar? Voor wie? Hoe ziet dat er concreet uit op een dinsdagmiddag in een wijk?

Juist in deze fase helpt het om het klein te maken. Eén plek, één doelgroep, één activiteit die werkt. Van daaruit kun je altijd opschalen.

Wat werkt in de praktijk (en wat niet)

We komen veel plannen tegen. Sommige blijven hangen op papier, andere krijgen echt voeten aan de grond. Het verschil zit zelden in het idee zelf.

Wat vaak wél werkt:

  • Aansluiten bij bestaande momenten (zoals activiteiten in mei)
  • Samenwerken met partijen die al zichtbaar zijn in de wijk
  • Ruimte laten voor informele ontmoeting
  • Niet alles dichttimmeren, maar ook iets laten ontstaan

Wat minder goed werkt:

  • Te grote beloftes doen in een vroege fase
  • Projecten volledig los zien van wat er al gebeurt
  • Alles willen meten en vastleggen voordat het begonnen is

Een voorbeeld dat ons bijblijft: een stichting die een groot programma wilde opzetten rond mentale veerkracht, met meerdere workshops en trajecten. Kreeg weinig draagvlak. Een paar maanden later kwamen ze terug met een simpel idee: een wekelijkse buurtlunch, gekoppeld aan gesprekken met een sociaal werker. Dat werd wél opgepakt. Minder ambitie op papier, maar veel sterker in de praktijk.

Nu is het moment om te schakelen

Voor organisaties die hiermee bezig zijn, is dit een fase waarin je kunt bijsturen. Niet alles hoeft af te zijn. Maar het moet wel duidelijk genoeg zijn om financiering te krijgen.

Kijk nog eens kritisch naar je plan:

  • Is het concreet genoeg?
  • Sluit het aan bij wat er nu speelt in de wijk?
  • Voelt het als iets waar mensen echt op zitten te wachten?

En misschien nog belangrijker: klopt het verhaal? Niet alleen inhoudelijk, maar ook in toon. Veel aanvragen zijn netjes, maar missen gevoel. Terwijl juist bij dit soort projecten het menselijke aspect doorslaggevend is.

Wij zeggen vaak: als je het zelf niet voor je ziet gebeuren, gaat een fonds dat ook niet doen.

Van idee naar uitvoering

De stap van plan naar uitvoering is vaak kleiner dan gedacht. Zeker in deze periode van het jaar. Er is al beweging, er zijn al momenten waarop mensen samenkomen.

Het helpt om daarop mee te liften in plaats van iets volledig nieuws neer te zetten.

Dat betekent niet dat je geen eigen project kunt starten. Maar wel dat je kijkt waar het landt. Soms zit de kracht juist in het verbinden van bestaande initiatieven, in plaats van het toevoegen van nóg iets.

En daar zit ook meteen de kans richting fondsen en gemeenten. Projecten die laten zien dat ze ingebed zijn in de praktijk, hebben simpelweg een grotere kans van slagen.


Werk je aan een project rond sociale verbinding of mentale veerkracht en merk je dat het nog niet helemaal scherp is? Of twijfel je of je aanvraag sterk genoeg is voor deze ronde?

We kijken graag met je mee. Soms zit de oplossing niet in meer uitwerken, maar juist in anders kijken. Je kunt ons bereiken via het contactformulier: https://www.assict.nl/contact/

Waarom een goede begroting vooral eerlijk moet zijn.

We merken het vaker dan ons lief is: een stichting met een prachtig plan, een betrokken team en een begroting die nét iets te mooi is om waar te zijn. Niet omdat iemand bewust misleidt, maar omdat er druk wordt gevoeld. “Het moet scherp”, “fondsen willen lage kosten”, “we kunnen dit vast wel gratis regelen”. Vaak is dat het moment waarop een project begint te wankelen, nog voordat het is gestart. Een eerlijke begroting voorkomt dat.

Eerlijkheid werkt beter dan voorzichtig optimisme

Een begroting is niet het visitekaartje dat foutloos moet glanzen. Het is een realistisch beeld van wat er nodig is om het maatschappelijke werk goed uit te voeren. Wanneer we dit meenemen in subsidieaanvragen voor stichtingen of ANBI’s, valt op dat fondsen juist waarderen als kosten logisch en onderbouwd zijn. Ze prikken zó door te optimistisch rekenen heen.

We zagen eens een buurtinitiatief dat voor een ontmoetingsplek € 0,- had begroot voor communicatie “omdat iemand wel een flyer wilde maken”. Dat klonk sympathiek, maar het fonds had direct vragen. Resultaat: vertraging, extra uitleg, en uiteindelijk een verhoogd communicatiebudget dat eigenlijk vanaf dag één nodig was.

Een eerlijke begroting voorkomt gedoe tijdens de uitvoering

Een project loopt zelden exact volgens het plan. Maar als de begroting te krap is opgezet, komt de spanning vroeg. Teams raken vermoeid, vrijwilligers haken af, en bestuurders moeten noodgrepen uithalen die de kwaliteit onder druk zetten. Een eerlijke begroting werkt bijna als een veiligheidsnet: het geeft ruimte om het project volwassen uit te voeren.

We merken dat vooral gemeenten en welzijnsinstellingen hiermee worstelen. Ze willen graag laten zien dat ze efficiënt werken, maar vergeten soms dat onderfinanciering later problemen oplevert. Liever een reële begroting met goede motivatie dan een “zuinige” begroting die de uitvoering belemmert.

Wat fondsen écht willen zien

Fondsen zijn minder bezig met lage bedragen dan veel organisaties denken. Ze zoeken naar samenhang: klopt het bedrag met de aanpak, past het bij de doelgroep, en is duidelijk waarom een post nodig is? Een eerlijke begroting vertelt precies dat verhaal.

Het helpt om concreet te zijn. Niet: “materialen voor activiteiten – € 1.500”, maar:
“Materialen voor vijf wijkactiviteiten (spelvormen, drukwerk, signaalmaterialen). Bedrag gebaseerd op eerdere edities.”
Dat laat zien dat er is nagedacht én dat de kosten niet uit de lucht komen vallen.

De waarde van klein durven zijn

Een andere observatie uit onze praktijk: organisaties overschatten soms hoeveel er nodig is. Dat leidt niet per se tot afwijzing, maar we zien dat grotere bedragen ook hogere verwachtingen scheppen. Een eerlijke begroting durft klein te zijn wanneer het project klein is. Geen groeiambities in de cijfers stoppen als die niet in het plan staan. Fondsen waarderen consistentie.

Het is niet erg om een pilot te starten met beperkte middelen. Het wordt pas lastig als het op papier een groot project lijkt, terwijl de organisatie het eigenlijk rustig wil opbouwen.

Hoe je eerlijkheid in de begroting verankert

Eerlijk begroten is niet ingewikkeld, maar vraagt wel discipline. We gebruiken vaak drie simpele stappen:

1. Begin bij de werkelijkheid

Niet bij wat “goed staat”, maar bij wat het project écht nodig heeft. Soms helpt het om een middag met het team te zitten en het proces stap voor stap door te nemen.

2. Vergelijk met eerdere projecten

Organisaties vergeten vaak dat ze al kennis hebben. Kijk terug naar vorige activiteiten: wat kostte dat eigenlijk? Waar viel het tegen of mee?

3. Durf de onderbouwing kort toe te lichten

Een begroting is geen rekensom zonder woorden. Eén zin per post is genoeg om helder te maken waar het bedrag op gebaseerd is. Dat maakt het eerlijk, transparant en betrouwbaar.

De kracht van een begroting die klopt

Een eerlijke begroting geeft rust. Bestuurders kunnen erop bouwen, vrijwilligers voelen minder druk en fondsen zien dat er een organisatie achter zit die weet wat ze doet. Het mooiste is misschien nog dat een realistische begroting vaak leidt tot betere projecten. Omdat alles klopt: de doelen, de aanpak en de middelen die nodig zijn om het ook echt waar te maken.

Wil je dat iemand meekijkt voordat je indient?

Als jullie plannen hebt waarbij je twijfelt of ze te ambitieus klinken, kijken we graag mee. We helpen dagelijks stichtingen, ANBI’s, buurtinitiatieven en verenigingen om aanvragen scherp, realistisch en fondsproof te maken. Bericht ons via het contactformulier: https://www.assict.nl/contact/

5 Veelgemaakte Fouten bij Fondsenwerving (en hoe jij ze voorkomt)

Veelvoorkomende fouten fondsenwerving

Fondsenwerving is voor veel stichtingen, ANBI’s en buurtinitiatieven een belangrijke, maar vaak uitdagende taak. Een project kan nog zo waardevol zijn, maar zonder een sterke aanvraag blijft financiering helaas vaak uit. Uit onze praktijkervaring bij ASSICT zien we dat veel organisaties tegen dezelfde knelpunten aanlopen. Gelukkig zijn deze fouten relatief eenvoudig te voorkomen – als je weet waar je op moet letten.

1. Onduidelijke maatschappelijke urgentie bij fondsenwerving

Eén van de belangrijkste elementen in fondsenwerving is het helder beschrijven van de maatschappelijke noodzaak. Veel aanvragers vertellen vooral wat ze willen doen, maar missen het waarom. Fondsen beoordelen impact, urgentie en concreet nut. Als dat niet scherp is, valt een aanvraag sneller af.

Zo verbeter je dit:

  • Begin altijd met de huidige situatie.

  • Benoem cijfers, knelpunten of signalen uit de praktijk.

  • Leg uit wat er gebeurt als er géén actie wordt ondernomen.

Een duidelijke urgentie maakt jouw project relevanter en geloofwaardiger.

2. Te brede of te vage projectplannen

Een veelvoorkomende fout in fondsenwerving is dat aanvragers te veel willen. Het project wordt te breed, er worden te veel activiteiten in één aanvraag gepropt of de doelstelling blijft te algemeen. Fondsen willen precies weten wat je gaat doen — en vooral wat het oplevert.

Hoe pak je het goed aan?

  • Beperk het project tot een duidelijke scope.

  • Schrijf concreet wat je doet, met wie, wanneer en waarom.

  • Formuleer meetbare resultaten.

Hoe concreter het plan, hoe hoger de kans op toekenning.

3. Verkeerde keuze van fondsen

Een klassieke valkuil: aanvragen indienen bij fondsen die niet passen bij het project. Bijvoorbeeld een zorgfonds benaderen voor een cultuuractiviteit, of een landelijk fonds aanschrijven voor een wijkinitiatief dat alleen lokaal effect heeft.

Voorkom dit door:

  • De criteria van fondsen goed door te nemen.

  • Eerdere gehonoreerde projecten te bekijken.

  • Alleen fondsen te kiezen die matchen met thema, doelgroep en regio.

Een handige bron is de website van de Rijksoverheid, waar veel subsidieregelingen worden toegelicht.

4. Een begroting die niet logisch of onvoldoende onderbouwd is

Een andere veelgemaakte fout in fondsenwerving is een rommelige, onduidelijke of onrealistische begroting. Fondsen willen precies zien waar bedragen vandaan komen en hoe kosten zijn opgebouwd.

Maak een sterke begroting door:

  • Alle kosten logisch te koppelen aan activiteiten.

  • Grote posten te onderbouwen met offertes.

  • Realistisch te begroten — niet te hoog, niet te laag.

Een transparante begroting vergroot het vertrouwen en toont aan dat je grip hebt op het project.

5. Te weinig aandacht voor monitoring en impact

Fondsen financieren projecten omdat ze impact willen zien. Maar nog steeds richten veel aanvragen zich vooral op activiteiten, niet op het effect daarvan.

Wat helpt:

  • Beschrijf welke veranderingen je verwacht bij de doelgroep.

  • Leg uit hoe je dit gaat meten (evaluaties, gesprekken, cijfers).

  • Onderscheid korte én lange termijnresultaten.

Impact is vaak het verschil tussen een ‘ja’ en een ‘nee’.


Hoe je jouw fondsenwerving structureel kunt verbeteren

Goede fondsenwerving draait niet alleen om geld aanvragen. Het gaat om het helder maken van jouw verhaal, een logisch projectplan, een sterke begroting en het aantonen van impact. Wanneer deze onderdelen kloppen, is de kans op financiering aanzienlijk groter.

Wil je jouw project professioneel laten beoordelen of je kansen vergroten?
Lees dan verder op onze pagina Fondsenwerving & Subsidieadvies — daar leggen we precies uit hoe wij organisaties begeleiden bij strategie, teksten en volledige aanvraagtrajecten.