ASSICT Fondsenwerving

01

Buurtproject
Van speeltuin tot dorpsfeest: wij helpen jouw buurtinitiatief groeien.

01

Buurtproject
Van speeltuin tot dorpsfeest: wij helpen jouw buurtinitiatief groeien.

02

Cultuur en Educatie
Voor projecten die inspireren, verbinden en kennis delen.

02

Cultuur en Educatie
Voor projecten die inspireren, verbinden en kennis delen.

03

Jeugd, Zorg en Welzijn
Geef kinderen en jongeren de ruimte om zich te ontwikkelen

03

Jeugd, Zorg en Welzijn
Geef kinderen en jongeren de ruimte om zich te ontwikkelen

04

Duurzaam & Groen
Maak jouw omgeving groener, duurzamer en toekomstbestendig.

04

Duurzaam & Groen
Maak jouw omgeving groener, duurzamer en toekomstbestendig.

Wil je weten hoe wij te werk gaan? Bekijk onze korte animatie hieronder.

Onze missie

Samen werken aan impactvolle betrouwbare haalbare financiering

Wij geloven dat elk goed idee een kans verdient. Daarom helpen wij stichtingen, verenigingen en initiatieven met het vinden van de juiste fondsen – met persoonlijke aandacht, scherpe projectbegeleiding en kennis van het fondsenlandschap.


🎯 Maatwerk voor elk project

🤝 Samenwerking op basis van vertrouwen

📈 Gericht op resultaat én groei

🔍 Inzicht in kansen en fondsen

💬 Altijd heldere communicatie

Samen bouwen aan sterke projecten met de juiste ondersteuning

Samen bouwen aan buurtinitiatieven maatschappelijke projecten duurzame ideeën

Wij helpen stichtingen, verenigingen en lokale initiatieven aan financiering voor hun projecten. Van advies tot aanvraag: persoonlijk, professioneel en resultaatgericht.

Fondsenwerving
Van idee tot toekenning: wij zoeken het juiste fonds en zorgen dat jouw aanvraag klopt.
Project begeleiding
Wij denken mee, structureren je plan en bewaken de voortgang tot het binnen is.
Subsidieadvies
Liever subsidie dan fonds? Wij geven eerlijk advies over kansen en haalbaarheid.
Netwerk & Positionering
We helpen je om sterker voor de dag te komen bij fondsen en stakeholders.
Waarom voor ASSICT kiezen

Ontdek de kracht van maatwerk resultaat betrokkenheid

ASSICT begeleidt je van idee tot fondsaanvraag. Wij denken mee, structureren en realiseren. Zo maak jij maatschappelijke impact – met de juiste financiering.

Maatwerk & Meedenken
Wij luisteren écht naar jouw idee en organisatie. Geen standaard, maar begeleiding die past.
Van idee tot aanvraag
We begeleiden het hele traject: van plan tot aanvraag, van fondsselectie tot toekenning.
Ervaren & resultaat gericht
Met jarenlange ervaring en kennis van de fondsenwereld zorgen wij voor impact.
Eerlijk & betrokken
Heldere communicatie en realistische verwachtingen. Samen zetten we de schouders eronder.
ASSICT

Blog Update Feitjes Weetjes

Wij denken met je mee, brengen structuur aan en begeleiden je bij elke stap — zodat jouw project de beste kans van slagen krijgt.

Fondsenwerver aan tafel bij het bestuur

Ik zie het vaak misgaan op een stille manier. Een bestuur dat betrokken is, een project met potentie, en toch blijft fondsenwerving hangen. Niet omdat niemand zijn best doet, maar omdat er niemand aan tafel zit die het vak echt beheerst. Fondsenwerving wordt dan iets wat “erbij” komt, terwijl het juist richting nodig heeft.

Een professionele fondsenwerver aan tafel bij het bestuur verandert dat gesprek. Niet door harder te duwen, maar door scherpte te brengen. Door te weten wat fondsen vragen, nog vóórdat ze het zelf formuleren.

Waarom fondsenwerving een vak is

Fondsenwerving lijkt soms eenvoudig. Goed idee, helder plan, aanvraag indienen. In de praktijk is het een vak apart. Elk fonds heeft zijn eigen logica, tempo en gevoeligheden. Wat bij het ene fonds werkt, roept bij het andere juist vragen op.

Een professionele fondsenwerver ziet patronen waar anderen losse signalen zien. Die weet wanneer een project nog niet rijp is. Of wanneer een bestuur zichzelf juist te klein maakt. Dat maakt het gesprek aan tafel inhoudelijker en eerlijker.

Niet alles hoeft kansrijk te zijn. Maar alles moet wel bewust gekozen zijn.

Wat er verandert als een fondsenwerver aanschuift

Zodra een professionele fondsenwerver structureel aan tafel zit bij het bestuur, verschuift de dynamiek. Discussies worden concreter. Ambities worden vertaald naar haalbare stappen. En vage aannames verdwijnen.

We merken dat bestuurders dan andere vragen gaan stellen. Niet: “Kunnen we hier subsidie voor krijgen?” maar: “Past dit bij onze positionering?” of “Wat vraagt dit van ons over twee jaar?”

De professionele fondsenwerver fungeert daarbij als spiegel. Soms confronterend, vaak verhelderend. Altijd met oog voor het grotere geheel.

De professionele fondsenwerver als gesprekspartner, niet als uitvoerder

Een veelgemaakte fout is dat fondsenwervers pas worden betrokken als het plan al af is of niet in contact komt met het bestuur. Dan wordt gevraagd om “even mee te kijken” of “de aanvraag te schrijven”. Daarmee blijft de rol uitvoerend, terwijl de echte waarde juist eerder zit.

Als gesprekspartner voor fondsenwerving brengt een professional:

  • inzicht in kansen en risico’s
  • kennis van fondsen en beoordelingscriteria
  • ervaring met bestuurlijke verwachtingen
  • gevoel voor timing en volgorde

Dat betekent niet dat het bestuur buitenspel staat. Integendeel. Het bestuur wordt beter geïnformeerd en maakt bewustere keuzes.

Praktijkobservatie: rust aan tafel

Bij een culturele stichting waar we bij betrokken waren, liep de aanvraag via ons contactpersoon professioneel en goed. Het bestuur was echter pas in de laatste fase betrokken. Elk bestuurslid had andere ideeën over mogelijke fondsen en subsidies. De projectleider had de steun van alle stakeholders nodig om de aanvraag te realiseren. Het bestuur leek overvallen, te laat betrokken, geen of weinig zeggenschap en durfde het risico niet aan.

Als een professionele fondsenwerver eerder was aangeschoven bij de bestuursvergaderingen, zou er waarschijnlijk meer steun zijn voor de aanvraag. Stap voor stap betrokkenheid. Eerst focus, dan verdieping.

Een professionele fondsenwerver kan rust bieden. Inzicht in het proces, betrokkenheid, vertaling van de juiste ambitie naar een aanvraag en de juiste richting naar de subsidie of fonds die daarvoor beschibaar is gesteld.

Vertrouwen richting fondsen

Fondsen merken snel of er professioneel wordt gewerkt. Dat zit niet alleen in het plan, maar in hoe een organisatie zich positioneert. Hoe vragen worden beantwoord. Hoe onzekerheden worden benoemd.

Een professionele fondsenwerver weet wanneer het verstandig is om een fonds vooraf te benaderen. Of wanneer beter even gewacht kan worden. Die spreekt de taal van fondsen, zonder het verhaal van de organisatie te verliezen.

Voor fondsen is dat herkenbaar. En vertrouwenwekkend.

Hoe verhoudt de fondsenwerver zich tot het bestuur?

Een professionele fondsenwerver neemt geen besluiten over. Dat blijft bij het bestuur. Maar hij of zij zorgt wel dat besluiten goed worden voorbereid. Met scenario’s, afwegingen en realistische verwachtingen.

Het werkt het best als duidelijk is dat de fondsenwerver:

  • toegang heeft tot het bestuur
  • vroeg wordt betrokken bij plannen
  • ruimte krijgt om kritisch te zijn
  • niet alleen op succes wordt afgerekend

Fondsenwerving is geen garantie op geld. Het is een strategisch proces. Besturen die dat accepteren, halen meer uit de samenwerking.

Wanneer is dit vooral waardevol?

We zien dat een professionele fondsenwerver aan tafel vooral verschil maakt bij:

  • groeiende stichtingen
  • organisaties met meerdere projecten tegelijk
  • gemeenten of welzijnsinstellingen met complexe samenwerkingen
  • besturen die strategischer willen sturen

Juist daar voorkomt professionele fondsenwerving dat kansen worden gemist of verkeerd worden ingezet.

Even samen kijken?

Vraag je je af of een professionele fondsenwerver bij jullie aan tafel het verschil kan maken? Of merk je dat fondsenwerving nu vooral reactief gebeurt? We denken graag mee over de rolverdeling en de plek van fondsenwerving binnen jullie bestuur.

Via ons contactformulier plannen we eenvoudig een gesprek om dat samen te verkennen.

Januari 2026 maand van budgettaire uitdagingen

Januari 2026 begint voor veel stichtingen, ANBI’s en gemeenten met een ongemakkelijk gevoel. De feestdagen zijn net achter de rug, nieuwe plannen liggen op tafel, maar de cijfers vertellen een ander verhaal. Budgettaire uitdagingen in januari 2026 zijn voor veel organisaties geen verrassing, maar ze komen wel hard binnen.

Wij zien het elk jaar terug, en toch voelt het steeds anders. Hoe kan ik continuiteit borgen?

Waarom januari 2026 extra spannend voelt

De budgettaire uitdagingen in januari 2026 zijn niet alleen het gevolg van een nieuwe kalender. Ze zijn het resultaat van beslissingen die vaak maanden eerder zijn genomen. Subsidies die later financieel beschikbaar komen. Fondsen die hun voorwaarden aanscherpen. Gemeentelijke budgetten die nog niet definitief zijn.

Daarbovenop speelt mee dat veel organisaties in het najaar van 2025 bewust hebben doorgewerkt. Projecten liepen door, personeel bleef aan boord, kosten werden vooruitgeschoven. Met de stille hoop dat januari ruimte zou geven. Ruimte om de maatschappelijke doelen te bereiken en continuiteit te realiseren.

Die ruimte blijkt er niet altijd te zijn.

De kloof tussen plannen en kaspositie

Wat we vaak zien, is dat plannen voor 2026 inhoudelijk sterk zijn. Ambities zijn helder. De maatschappelijke nood is er ook. Alleen de kaspositie vertelt een ander verhaal.

Een stichting kan op papier drie projecten starten in Q1, maar in de praktijk is er geld voor één. De rest hangt af van toezeggingen die “waarschijnlijk” komen. Dat is geen comfortabele positie, zeker niet in januari.

Budgettaire uitdagingen in januari 2026 laten zich zelden oplossen met een snelle ingreep. Ze vragen om scherpe keuzes, juist aan het begin van het jaar.

Subsidies: toegezegd is nog geen beschikbaar geld

Een veelvoorkomend misverstand is dat een subsidiebeschikking gelijkstaat aan financiële ruimte. In januari 2026 merken organisaties dat dit niet klopt.

Beschikkingen komen soms laat. Uitbetalingen worden gespreid. Of er worden aanvullende stukken gevraagd, waardoor de eerste tranche opschuift. Ondertussen lopen vaste lasten gewoon door.

Wij spreken regelmatig projectleiders die zeggen: “Het geld is er wel, alleen nog niet nu.” Dat “nu” is precies waar het schuurt.

Fondsenwerving onder druk aan het begin van het jaar

Ook fondsenwerving kent zijn eigen ritme. Januari is geen makkelijke maand. Besluitvorming bij fondsen komt langzaam op gang. Besturen moeten opnieuw worden ingepland. Nieuwe beleidskaders worden nog besproken.

Voor organisaties met budgettaire uitdagingen in januari 2026 betekent dit dat ze soms langer moeten overbruggen dan gedacht. Een aanvraag die inhoudelijk goed is, kan toch pas in maart of april worden beoordeeld.

Dat vraagt om realisme in de planning, en eerlijkheid richting het team.

Interne spanning: wanneer cijfers leidend worden

Budgettaire druk raakt meer dan alleen de boekhouding. In januari zien we vaak interne spanning ontstaan. Projectleiders willen door. Besturen willen zekerheid. Medewerkers voelen de onrust, ook al wordt die niet uitgesproken.

Wij zien organisaties worstelen met vragen als:

  • Kunnen we dit project al starten?
  • Verlengen we dit contract?
  • Durven we nieuwe verplichtingen aan te gaan?

Het zijn geen theoretische vragen. Het zijn keuzes die direct impact hebben op mensen en op maatschappelijke resultaten.

Kleine bijsturingen maken groot verschil

Wat helpt bij budgettaire uitdagingen in januari 2026, is niet altijd een grote koerswijziging. Soms zit de oplossing in kleine, gerichte aanpassingen.

Een project dat een maand later start. Een fondsenaanvraag die wordt herschreven zodat deze beter aansluit op een ander fonds. Een begroting die realistischer wordt gemaakt, zonder het doel los te laten.

Wij zien dat organisaties die dit vroeg in januari doen, rust creëren. Niet omdat alles ineens opgelost is, maar omdat er weer regie ontstaat.

Vooruitkijken zonder jezelf klem te zetten

Januari 2026 vraagt om vooruitkijken, maar ook om begrenzen. Niet alles hoeft nu besloten te worden. Niet elk plan hoeft direct uitgevoerd te worden.

Budgettaire uitdagingen zijn geen teken van falen. Ze horen bij werken in het maatschappelijke veld, waar inkomsten vaak onzeker zijn en impact leidend is.

De kunst zit in het combineren van ambitie met financiële nuchterheid. Dat klinkt simpel, maar vraagt ervaring en soms een frisse blik van buitenaf.

Samen scherp krijgen wat haalbaar is

Wij helpen organisaties juist in deze periode om overzicht te creëren. Niet door alles dicht te rekenen, maar door scherp te krijgen wat in januari en februari echt nodig is. En wat even kan wachten.

Dat geeft ruimte om goede gesprekken te voeren met financiers, gemeenten en fondsen. En het voorkomt dat je in maart moet repareren wat in januari al zichtbaar was.

Loop je in januari 2026 tegen budgettaire uitdagingen aan en wil je sparren over subsidies, fondsenwerving of projectfasering? Neem gerust contact met ons op via het contactformulier: https://www.assict.nl/contact/. Soms helpt één gesprek al om weer lucht te krijgen.

Kerst zonder eenzaamheid

We zien het elk jaar terugkomen. In de weken richting kerst melden organisaties zich met hetzelfde gevoel: we willen iets doen voor mensen die anders alleen zijn, maar hoe pak je dat goed aan?
Eenzaamheid verdwijnt niet vanzelf omdat er lichtjes hangen of omdat de agenda voller raakt. Soms wordt het juist zichtbaarder.

Voor stichtingen, buurtinitiatieven en gemeenten ligt hier een grote kans. Niet met grootse campagnes, maar met aandachtige keuzes.

Kerst zonder eenzaamheid begint eerder dan december

Veel initiatieven ontstaan pas eind november. Goed bedoeld, maar vaak te laat. Mensen die zich eenzaam voelen, bouwen daar niet in één week naartoe.
Wij zien dat projecten die echt werken al in het najaar starten. Met verkenning, gesprekken en kleine signalen uit de wijk.

Een welzijnsorganisatie vertelde ons laatst dat hun kerstlunch elk jaar minder bezoekers trok. Niet omdat de behoefte er niet was, maar omdat niemand zich echt uitgenodigd voelde. De uitnodiging lag bij de bibliotheek, terwijl de doelgroep daar nauwelijks kwam.

Kerst zonder eenzaamheid vraagt dus eerst één simpele stap: weten wie je wilt bereiken en waar diegene zich bevindt.

Het verschil zit niet in het programma

Vaak gaat het mis op inhoud. Dan ligt de focus op het programma: drie gangen, een koor, een spreker.
Maar eenzaamheid los je niet op met entertainment.

Wat wél werkt, zijn laagdrempelige ontmoetingen waarbij niemand het gevoel heeft dat hij “mee mag doen”. Geen podium, geen microfoon, geen dankwoord. Gewoon samen zijn.

We lazen dat een buurtinitiatief vorig een kerstwandeling jaarorganiseerde . Geen speeches, geen vaste route. Mensen sloten aan wanneer ze wilden. De gesprekken ontstonden vanzelf. De verbinding kostte weinig, maar de impact was groot.

Kerst zonder eenzaamheid vraagt om vertrouwen

Veel fondsen zijn bereid om initiatieven rond kerst zonder eenzaamheid te steunen. Toch worden aanvragen regelmatig afgewezen. Niet omdat het idee slecht is, maar omdat het te vluchtig blijft.

Fondsbeoordelaars willen zien dat er wordt nagedacht over continuïteit.
Wat gebeurt er na kerst? Hoe borg je de verbondenheid? Wie blijft er in beeld in januari?

Wij merken dat aanvragen sterker worden wanneer organisaties durven toe te geven dat ze niet alles oplossen. Kerst is geen eindpunt, maar een moment in een langer proces.

Dat klinkt misschien minder spectaculair, maar het wekt vertrouwen.

De rol van gemeenten: faciliteren in plaats van sturen

Gemeenten voelen vaak druk om “iets groots” neer te zetten rond de feestdagen. Terwijl de kracht juist zit bij bestaande netwerken.

Buurtkamers, vrijwilligersgroepen en kerken weten vaak precies wie er anders buiten beeld blijft.
Wanneer gemeenten deze partijen ruimte geven in plaats van kaders opleggen, ontstaan de meest passende initiatieven.

Een gemeente waarmee we werken stelde geen inhoudelijke eisen, maar regelde alleen praktische ondersteuning: vergunningen, communicatie, kleine budgetten. Het resultaat was geen centraal evenement, maar tientallen kleine momenten verspreid over wijken.

Dat is kerst zonder eenzaamheid op schaal, zonder dat het groots hoeft te voelen.

Let op de mensen die niet komen

Een belangrijk signaal wordt vaak gemist: wie blijft weg?

Wij horen regelmatig: “We hadden twintig plekken en ze waren allemaal gevuld.”
Dat zegt iets, maar niet alles.

De vraag is ook: wie voelde zich niet aangesproken?
Wie durfde niet te komen?
Wie dacht dat het niet voor hen bedoeld was?

Organisaties die hier eerlijk naar kijken, passen hun communicatie aan. Minder aankondigingen, meer persoonlijke uitnodigingen. Minder nadruk op “gezellig”, meer op welkom zijn.

Kerst zonder eenzaamheid is geen project, maar een houding

Wat ons telkens opvalt: succesvolle initiatieven voelen niet als projecten. Ze voelen als aandacht.
Dat zie je terug in de taal, in de timing en in de verwachtingen.

Niet alles hoeft meetbaar. Niet alles hoeft perfect.
Maar het moet wel oprecht zijn.

Voor organisaties die dit serieus willen aanpakken, helpt het om even afstand te nemen van standaardformats. Een aanvraag, een planning, een activiteit. En dan opnieuw kijken: klopt dit bij de mensen om wie het gaat?

Wij denken daar graag in mee. Niet door het over te nemen, maar door te helpen scherp te krijgen wat werkt in jullie context. Of dat nu een stichting, gemeente of buurtinitiatief is.
Via ons contactformulier kun je vrijblijvend sparren over ideeën, financiering of begeleiding. Soms is één gesprek genoeg om het verschil te maken.

Fondsenwervingsprojecten in het buitenland

Fondsenwervingsprojecten in het buitenland klinken voor veel organisaties logisch. De nood is hoog, de impact lijkt groot en het verhaal is snel verteld. Toch zien we in de praktijk dat juist deze projecten vaker vastlopen. Niet omdat het idee niet deugt, maar omdat de vertaalslag naar een fondsaanvraag lastiger is dan verwacht.

Bij ASSICT lezen we regelmatig aanvragen waarvan we denken: dit project verdient steun; hoe kunnen we helpen?

De afstand zit niet alleen in kilometers

Fondsenwervingsprojecten in het buitenland vragen meer dan een goed plan. De afstand zorgt voor vragen bij fondsen. Wie voert het project uit? Hoe is het toezicht geregeld? Wat gebeurt er als er iets misgaat?

Veel stichtingen onderschatten dit. Ze vertrouwen op een lokale partner die ze al jaren kennen. Dat vertrouwen is begrijpelijk, maar voor een fonds is dat niet genoeg. Die wil weten hoe jij grip houdt, ook als je er zelf niet bent.

Een voorbeeld: een Nederlandse stichting ondersteunt een onderwijsproject in Angola. Lokale docenten zijn betrokken, de gemeenschap staat achter het project. Toch word de aanvraag afgewezen. Niet vanwege het doel, maar omdat onduidelijk blijft wie eindverantwoordelijk wordt voor de besteding van het geld.

Verantwoordelijkheid moet glashelder zijn

Bij fondsenwervingsprojecten in het buitenland kijken fondsen scherp naar governance. Wie tekent contracten? Wie controleert de voortgang? Wie rapporteert?

We zien vaak dat dit vaag blijft. Zinnen als “de lokale partner verzorgt de uitvoering” klinken logisch, maar roepen bij fondsen meteen nieuwe vragen op. Welke partner precies? Hoe is die georganiseerd? Wat is jullie rol als Nederlandse organisatie?

Het helpt om dit concreet te maken. Benoem personen, rollen en momenten van controle. Dat geeft vertrouwen.

Culturele verschillen werken door in je aanvraag

Wat in Nederland vanzelfsprekend is, kan elders heel anders werken. En andersom. Dat zie je terug in begrotingen, planning en communicatie.

Soms krijgen we aanvragen onder ogen waarin een project strak in maanden is gepland, terwijl iedereen weet dat lokale omstandigheden en overheden dat tempo niet toelaten. Fondsen prikken daar doorheen. Liever een realistische planning met ruimte voor vertraging, dan een perfect schema dat niemand gelooft.

Ook rapportages zijn een punt. Niet elke lokale partner is gewend om te werken met voortgangsrapporten zoals Nederlandse fondsen die verwachten. Als organisatie moet je laten zien dat je dat ondervangt.

Lokale betrokkenheid is geen bijzaak

Fondsenwervingsprojecten in het buitenland hebben meer kans van slagen als lokale betrokkenheid goed is uitgewerkt. Niet als bijzin, maar als kern van het project.

We zien regelmatig dat ‘de doelgroep’ vooral wordt beschreven als ontvanger. Terwijl fondsen juist willen zien hoe mensen lokaal meedenken, meebeslissen en meedoen. Dat hoeft niet ingewikkeld te zijn, maar wel oprecht.

Transparantie over risico’s werkt in je voordeel

Veel organisaties proberen risico’s te vermijden in hun aanvraag. Dat is begrijpelijk, maar bij internationale projecten werkt het vaak averechts. Fondsen weten dat er risico’s zijn. De vraag is niet óf, maar hoe je ermee omgaat.

Durf dus te benoemen wat mis kan gaan. Wisselende lokale cultuur en wetgeving, politieke instabiliteit, personeelsverloop. En leg uit wat je doet als dat gebeurt. Dat laat zien dat je realistisch bent en ervaring hebt.

Fondsenwervingsprojecten in het buitenland vragen extra scherpte

Internationale projecten zijn niet moeilijker omdat ze verder weg zijn, maar omdat ze anders zijn en soms meer uitleg vragen. Meer context, meer / andere onderbouwing, meer transparantie.

Wij merken dat organisaties die dit serieus oppakken, ook meer vertrouwen krijgen van fondsen. Niet door het project groter te maken dan het is, maar door het verhaal kloppend te maken.

Werk je aan fondsenwervingsprojecten in het buitenland en twijfel je of je aanvraag sterk genoeg is? Of loop je vast in de rolverdeling met lokale partners? Neem gerust contact met ons op via het contactformulier. We kijken graag met je mee.

Hoe je als stichting beter laat zien wat jouw impact écht is

Soms merken we tijdens gesprekken dat organisaties prachtige dingen doen, maar dat niemand het eigenlijk goed kan zien. Niet omdat het project klein is, maar omdat de impact nergens helder wordt gemaakt. En dat is jammer, want fondsen, gemeenten en zelfs vrijwilligers haken sneller aan wanneer duidelijk is wat jouw werk oplevert. Impact meten hoeft echt geen groot dashboard te zijn. Het begint met kleine, eerlijke observaties – en vooral: consequent vertellen wat er verandert door jullie inzet.

Waarom impact tonen zo lastig voelt

Impact is voor veel stichtingen het lastigste onderdeel van een fondsaanvraag. Niet omdat ze niets bereiken, maar omdat ze het gevoel hebben dat het “wetenschappelijk” moet. We komen vaak organisaties tegen die wel resultaten hebben, maar ze niet durven opschrijven omdat ze het niet hard genoeg vinden. Daardoor blijft een aanvraag vaag, terwijl een fonds juist op zoek is naar tastbare verandering.

Begin klein: wat verandert er nu al?

Wanneer we projecten begeleiden, vragen we meestal simpel: “Wat zou er niet gebeuren als jullie dit project níet deden?” Dat levert vaak verrassend duidelijke inzichten op.
Een buurtinitiatief in Zwolle vertelde bijvoorbeeld dat hun wekelijkse ontmoetingsmiddag niet alleen gezellig was, maar dat twee eenzame bewoners inmiddels zelf vrijwilligers waren geworden. Dat is impact — en heel overtuigend voor fondsen.

Het gaat dus niet om grote cijfers, maar om echte beweging. Een paar concrete voorbeelden zeggen meer dan een theoretisch model.

Maak impact zichtbaar tijdens het project, niet erna

Veel organisaties wachten tot het einde van een project om te kijken wat het heeft opgeleverd. Dan ben je eigenlijk te laat. We zien dat aanvragen sterker worden wanneer een stichting al in de uitvoering korte notities bijhoudt:
– Wie doet mee?
– Wat merk je in de groep?
– Welke kleine successen vallen je op?

Geen ingewikkelde rapportages — gewoon praktische aantekeningen. Fondsen waarderen die eerlijkheid en zien dat je grip hebt op je eigen project.

Durf ook te benoemen wat niet lukt

Wat we regelmatig zien: organisaties beschrijven alleen de mooie stukken, terwijl fondsen vooral vertrouwen op eerlijkheid. Als een activiteit minder deelnemers trok dan verwacht, kun je uitleggen waarom en wat je hebt aangepast. Dat geeft juist geloofwaardigheid.

Een welzijnsorganisatie in Friesland vertelde een fonds dat hun eerste pilot tegenviel, maar dat ze in gesprek gingen met bewoners en het programma aanscherpten. Ze kregen alsnog financiering – juist omdat ze lieten zien dat ze kunnen bijsturen.

Impact hoeft niet groot te zijn om waardevol te zijn

Soms denken besturen dat impact betekent: grote getallen, enorme reikwijdte, landelijke dekking. Maar veel fondsen investeren juist in projecten die kwetsbaarheid laten zien. Als je kunt aantonen dat vijf jongeren uit de buurt beter in hun vel zitten dankzij jouw activiteiten, dan is dat voor veel fondsen overtuigender dan vijftig anonieme cijfers.

Wat helpt bij het opschrijven van impact?

We geven vaak dit simpele rijtje mee:

Wat was het probleem?
Wat hebben jullie gedaan?
Wat merk je nu?

Niet als schema in je aanvraag zetten, maar als interne leidraad. Het maakt je verhaal concreter en het voorkomt dat je verzandt in brede, algemene beschrijvingen.

Meer laten zien dan je denkt

Ook kleine projecten verdienen het om gezien te worden. Een fondsaanvraag wordt sterker wanneer je de impact niet groter maakt dan hij is, maar ook niet kleiner. Juist die nuchtere, eerlijke toon werkt. En het helpt jezelf ook: door helder te formuleren wat er verandert, kun je beter keuzes maken voor de toekomst.


Heb je moeite om de impact van jullie project goed op papier te krijgen? We denken graag met je mee. Via ons contactformulier kun je eenvoudig een vraag stellen of vrijblijvend een afspraak plannen: contactformulier of volg ons op LinkedIn

Hoe je christelijke fondsen meekrijgt bij je aanvraag

Organisaties die wij spreken, hebben wel eens overwogen om bij christelijke fondsen aan te kloppen. Vaak met gezonde twijfel: “Past ons project wel?”, “Moeten we dan expliciet religieus zijn?”, of: “Reageren ze überhaupt op kleine stichtingen?” Het is een wereld waar veel aannames rondzingen, terwijl het in de praktijk meestal draait om iets heel simpels: duidelijkheid over je maatschappelijke waarde.

Wij merken dat veel christelijke fondsen vooral kijken naar hoe een initiatief mensen dichter bij elkaar brengt. Dat hoeft helemaal niet kerkelijk of evangeliserend te zijn. Het gaat veel vaker over zorg, kwetsbaarheid, gemeenschap en het soort betrokkenheid dat je ook in buurthuizen en wijkinitiatieven ziet.

Wat christelijke fondsen wél belangrijk vinden

De meeste christelijke fondsen hebben een maatschappelijk doel dat breder is dan hun naam doet vermoeden. Toch wegen ze een paar dingen net wat anders af.

Identiteit hoeft niet zwaar te zijn, maar wél helder

Je hoeft als stichting niet perse christelijk te zijn om bij christelijke fondsen in aanmerking te komen, maar ze willen wel snappen wie jullie zijn en waarom jullie doen wat jullie doen. Een buurtinitiatief dat rust, aandacht en een veilige ontmoetingsplek biedt, kan bijvoorbeeld ook perfect aansluiten, ook zonder geloofstaal.

Wat niet werkt: teksten waarbij je voelt dat jullie “iets christelijks” proberen toe te voegen, omdat het moet. Fondsen prikken daar doorheen.

Zien dat mensen centraal staan

Bij veel aanvragen lezen we prachtige plannen, maar de mens achter de doelgroep blijft onzichtbaar. Christelijke fondsen willen weten wie er straks aan tafel zitten, wie opluchting gaat voelen, wie een stap verder komt. Niet in cijfers, maar in een concreet beeld.

Een voorbeeld:
Een stichting die een ontmoetingsmaaltijd organiseert voor nieuwkomers en alleenstaanden, noemde het zelf “een sociaal verbindend project”. Pas toen ze vertelden over Fatima, die na vijf maanden eindelijk een plek vond waar ze niet hoefde te doen alsof alles goed ging, viel het kwartje. Dát is het verhaal dat een fonds onthoudt.

Overdaad aan professionaliteit werkt averechts

Natuurlijk moet je begroting op orde zijn, maar we zien dat aanvragen soms té gelikt worden aangeleverd. Daardoor verdwijnt het hart uit het plan. (Christelijke) fondsen waarderen een menselijke toon en eerlijkheid over twijfel, uitdagingen of beperkte capaciteit. Het maakt je geloofwaardiger.

Hoe je een aanvraag bij (christelijke) fondsen sterker maakt

Hier gaat het vaak mis: organisaties schrijven eerst alles op en pas daarna proberen ze er een religieuze of maatschappelijke kern in te leggen. Dat werkt niet. Draai het om door te beginnen bij de kern van waaruit de aanvraag komt.

Begin met de why

Waarom bestaat jullie initiatief? Niet het formele antwoord, maar het echte. Als je dat scherp hebt, sluit het meestal vanzelf aan bij de waarden die (christelijke) fondsen belangrijk vinden: zorg, gemeenschap, waardigheid, herstel.

Benoem wat verandering betekent voor één persoon

Geen impact-inflatie door een eindeloze opsomming, maar één duidelijk verhaal. Dat maakt meer indruk dan vijf statistieken. Concrete voorbeelden ondersteunen je projectdoel beter dan een veronderstelde overdaad aan verhalen of aantallen.

Vertel eerlijk waar jullie tegenaan lopen

Christelijke fondsen hebben vaak bestuurders die zelf ervaring hebben met vrijwilligerswerk of kerkelijke diaconie. Ze herkennen het meteen als je iets mooier opschrijft dan het is.

Laat zien dat jullie samenwerking serieus nemen

Fondsen houden van organisaties die niet alles zelf willen doen. Geef aan of je met vrijwilligers werkt, wie jullie partners zijn, hoe jullie elkaar aanvullen en waar de grenzen liggen.

Wanneer je project níet past

Soms proberen organisaties om alles passend te maken. Maar als jouw initiatief niet bij de doelstellingen van een (christelijk) fonds past, dan past het simpelweg niet. Dat is geen afwijzing van jouw project, het betekent alleen dat je beter op andere fondsen kunt richten.

En als jouw aanvraag geen menselijk verhaal bevat, maar praktisch een beleidsnotitie is? Dan haken praktische alle (christelijke) fondsen af. Niet uit principe, maar omdat het moeilijk te zien is wat jullie willen veranderen.

Even sparren kan veel tijd besparen

We helpen vaak stichtingen, ANBI’s en verenigingen die twijfelen of hun project geschikt is voor christelijke fondsen. Soms is de match verrassend goed. Soms bespaar je jezelf weken werk door het níet te doen. In beide gevallen denken we graag mee.
Wil je vrijblijvend bespreken of jouw initiatief past bij christelijke fondsen? Stuur ons een bericht via ons contactformulier: https://www.assict.nl/contact/

Hoe je voorkomt dat aanvragen voor fondsen te ambitieus worden.

Aanvragen ambitieus

Soms zien we dat een stichting met de beste bedoelingen een aanvraag opstelt die meer klinkt als een wensenlijst dan als een uitvoerbaar plan. En dat gebeurt sneller dan je denkt. Je wilt impact maken, je doelgroep helpen, het project aantrekkelijk presenteren — logisch. Maar voor je het weet groeit het idee uit tot iets dat bijna niemand binnen de organisatie nog kan dragen. En dat merken fondsen meteen.

Wanneer ambitieuze aanvragen een risico vormen voor je stichting

Bij jonge stichtingen of projecten met veel energie zien we dit het vaakst gebeuren. Er zit zoveel drive in het team dat de aanvraag vanzelf groter wordt dan het oorspronkelijke idee. Ineens ligt er een landelijke uitrol op tafel terwijl er nog nooit een pilot is gedraaid. Of er wordt gerekend op tientallen vrijwilligers, terwijl de huidige groep al moeite heeft om het huidige werk te dragen. In zulke situaties tillen ambitieuze aanvragen een stichting onbedoeld boven haar draagkracht.

Ambitie is op zichzelf geen probleem. Maar fondsen kijken scherp naar haalbaarheid. Het gaat mis wanneer een organisatie zichzelf overschat: een begroting die niet past bij de capaciteit, activiteiten die in de praktijk niet uitvoerbaar zijn, of partnerschappen die alleen nog op papier bestaan.

Begin bij wat jullie wél aankunnen

Groot denken hoeft niet om indruk te maken. Fondsen waarderen helderheid, realisme en een stevig fundament veel meer dan een visionair plan dat in de praktijk uiteenvalt. Daarom adviseren we organisaties vaak om te beginnen bij het kleinste werkbare project. Wat kunnen jullie nu al, met de mensen en middelen die er zijn? Wat lukt sowieso?

Dat klinkt misschien bescheiden, maar fondsen waarderen dat juist. Het laat zien dat jullie weten waar jullie staan — en dat vergroot de kans op toekenning aanzienlijk.

Werk met een concrete teamschatting

Een simpele oefening werkt altijd goed: laat iedereen die bij het project betrokken is opschrijven hoeveel tijd en energie ze écht beschikbaar hebben. Niet theoretisch, maar praktisch. Naast het werk dat al draait.

Bij een welzijnsstichting zagen we dit laatst nog gebeuren. Het team was enthousiast over een nieuw buurtnetwerk, maar toen ze eerlijk naar de uren keken, bleek dat ze gezamenlijk maar een halve dag per week vrij konden maken. Het plan werd stevig bijgeschaafd. Kleinere scope, duidelijker doel — en de aanvraag werd uiteindelijk veel sterker én realistischer beoordeeld.

Schrijf eerst het plan, daarna de ambities

Aanvragen lopen vaak uit de hand omdat organisaties te vroeg in “groot denken” stappen. Begin daarom altijd met de basis:

  • Wie helpen we?
  • Wat gaan we precies doen?
  • Wat is er minimaal nodig om dit deel goed te realiseren?

Pas daarna kun je nadenken over eventuele groei. Dat mag je best kort benoemen, maar nooit opnemen in de begroting of planning van het startproject.

Laat iemand van buiten meekijken

Een frisse blik doet wonderen. Iemand die niet is meegesleept in het enthousiasme ziet sneller waar het plan onrealistisch wordt. We merken vaak dat organisaties schrikken wanneer we hun concept hardop voorlezen: ineens hoor je hoe ambitieus de tekst eigenlijk klinkt. Die spiegel werkt — en houdt je aanvraag geloofwaardig.

Te ambitieus betekent zelden “te veel idee”

Het probleem zit bijna nooit in de visie, maar in de stapgrootte. Fondsen hebben liever drie kleine, goed uitgevoerde projecten dan één groot plan dat halverwege instort. Een realistische aanvraag laat ruimte om te groeien, maar vraagt nooit meer dan een organisatie aankan. Zo houd je ambitieuze aanvragen als stichting realistisch, haalbaar en fondsproof.

Wil je dat iemand meekijkt voordat je indient?

Twijfel je of jullie plannen te ambitieus klinken? We kijken graag met je mee. We helpen dagelijks stichtingen, ANBI’s, buurtinitiatieven en stichtingen om aanvragen scherp, realistisch en fondsproof te maken. Neem dan contact op via het contactformulier.

Waarom een goede begroting vooral eerlijk moet zijn.

We merken het vaker dan ons lief is: een stichting met een prachtig plan, een betrokken team en een begroting die nét iets te mooi is om waar te zijn. Niet omdat iemand bewust misleidt, maar omdat er druk wordt gevoeld. “Het moet scherp”, “fondsen willen lage kosten”, “we kunnen dit vast wel gratis regelen”. Vaak is dat het moment waarop een project begint te wankelen, nog voordat het is gestart. Een eerlijke begroting voorkomt dat.

Eerlijkheid werkt beter dan voorzichtig optimisme

Een begroting is niet het visitekaartje dat foutloos moet glanzen. Het is een realistisch beeld van wat er nodig is om het maatschappelijke werk goed uit te voeren. Wanneer we dit meenemen in subsidieaanvragen voor stichtingen of ANBI’s, valt op dat fondsen juist waarderen als kosten logisch en onderbouwd zijn. Ze prikken zó door te optimistisch rekenen heen.

We zagen eens een buurtinitiatief dat voor een ontmoetingsplek € 0,- had begroot voor communicatie “omdat iemand wel een flyer wilde maken”. Dat klonk sympathiek, maar het fonds had direct vragen. Resultaat: vertraging, extra uitleg, en uiteindelijk een verhoogd communicatiebudget dat eigenlijk vanaf dag één nodig was.

Een eerlijke begroting voorkomt gedoe tijdens de uitvoering

Een project loopt zelden exact volgens het plan. Maar als de begroting te krap is opgezet, komt de spanning vroeg. Teams raken vermoeid, vrijwilligers haken af, en bestuurders moeten noodgrepen uithalen die de kwaliteit onder druk zetten. Een eerlijke begroting werkt bijna als een veiligheidsnet: het geeft ruimte om het project volwassen uit te voeren.

We merken dat vooral gemeenten en welzijnsinstellingen hiermee worstelen. Ze willen graag laten zien dat ze efficiënt werken, maar vergeten soms dat onderfinanciering later problemen oplevert. Liever een reële begroting met goede motivatie dan een “zuinige” begroting die de uitvoering belemmert.

Wat fondsen écht willen zien

Fondsen zijn minder bezig met lage bedragen dan veel organisaties denken. Ze zoeken naar samenhang: klopt het bedrag met de aanpak, past het bij de doelgroep, en is duidelijk waarom een post nodig is? Een eerlijke begroting vertelt precies dat verhaal.

Het helpt om concreet te zijn. Niet: “materialen voor activiteiten – € 1.500”, maar:
“Materialen voor vijf wijkactiviteiten (spelvormen, drukwerk, signaalmaterialen). Bedrag gebaseerd op eerdere edities.”
Dat laat zien dat er is nagedacht én dat de kosten niet uit de lucht komen vallen.

De waarde van klein durven zijn

Een andere observatie uit onze praktijk: organisaties overschatten soms hoeveel er nodig is. Dat leidt niet per se tot afwijzing, maar we zien dat grotere bedragen ook hogere verwachtingen scheppen. Een eerlijke begroting durft klein te zijn wanneer het project klein is. Geen groeiambities in de cijfers stoppen als die niet in het plan staan. Fondsen waarderen consistentie.

Het is niet erg om een pilot te starten met beperkte middelen. Het wordt pas lastig als het op papier een groot project lijkt, terwijl de organisatie het eigenlijk rustig wil opbouwen.

Hoe je eerlijkheid in de begroting verankert

Eerlijk begroten is niet ingewikkeld, maar vraagt wel discipline. We gebruiken vaak drie simpele stappen:

1. Begin bij de werkelijkheid

Niet bij wat “goed staat”, maar bij wat het project écht nodig heeft. Soms helpt het om een middag met het team te zitten en het proces stap voor stap door te nemen.

2. Vergelijk met eerdere projecten

Organisaties vergeten vaak dat ze al kennis hebben. Kijk terug naar vorige activiteiten: wat kostte dat eigenlijk? Waar viel het tegen of mee?

3. Durf de onderbouwing kort toe te lichten

Een begroting is geen rekensom zonder woorden. Eén zin per post is genoeg om helder te maken waar het bedrag op gebaseerd is. Dat maakt het eerlijk, transparant en betrouwbaar.

De kracht van een begroting die klopt

Een eerlijke begroting geeft rust. Bestuurders kunnen erop bouwen, vrijwilligers voelen minder druk en fondsen zien dat er een organisatie achter zit die weet wat ze doet. Het mooiste is misschien nog dat een realistische begroting vaak leidt tot betere projecten. Omdat alles klopt: de doelen, de aanpak en de middelen die nodig zijn om het ook echt waar te maken.

Wil je dat iemand meekijkt voordat je indient?

Als jullie plannen hebt waarbij je twijfelt of ze te ambitieus klinken, kijken we graag mee. We helpen dagelijks stichtingen, ANBI’s, buurtinitiatieven en verenigingen om aanvragen scherp, realistisch en fondsproof te maken. Bericht ons via het contactformulier: https://www.assict.nl/contact/

Hoe schrijf je een fondsaanvraag die echt aankomt?

Een fondsaanvraag schrijven lijkt soms een formaliteit, maar het tegendeel is vaak waar. Je kunt een goed idee hebben én een gemotiveerd team, en toch komt er een afwijzing. Dat betekent meestal niet dat het project niet deugt, maar dat de aanvraag niet genoeg overtuiging uitstraalt of simpelweg niet duidelijk genoeg is.

We merken dat veel organisaties worstelen met hetzelfde: waar begin je, wat vertel je wel en wat juist niet? Daarom heb ik hieronder de dingen opgeschreven die ik in de praktijk zie werken. Gewoon zoals het is, zonder ingewikkelde taal of “deur-in-huis”-adviezen.


1. Vertel eerst waar het echt om draait

Veel aanvragen duiken meteen in activiteiten en planning. Dat leest niemand graag. Begin met de situatie zoals die nu is. Wat gaat er mis? Wie heeft daar last van? En waarom moet er iets gebeuren?

Je hoeft het niet mooier te maken dan het is. Een klein, scherp voorbeeld werkt vaak beter dan een heel verhaal vol cijfers.


2. Laat zien dat je snapt waar het probleem vandaan komt

Fondsen willen weten dat je het project niet in de lucht hebt bedacht. Ze kijken: is dit daadwerkelijk nodig? En is dit de juiste oplossing?

Dingen die helpen zijn:

  • Een korte toelichting vanuit de doelgroep

  • Een concreet voorbeeld uit de praktijk

  • Een paar relevante cijfers (niet overdrijven)

Het belangrijkste is dat je duidelijk maakt: dit is niet zomaar een ingeving, dit speelt al langer en we moeten er iets mee.


3. Formuleer je doel zo helder dat niemand het verkeerd kan lezen

Doelen sneuvelen vaak in vaagheid. “We willen mensen ondersteunen” of “We willen jongeren activeren” zegt precies niks.

Maak het concreet: hoeveel mensen, wat verandert er voor hen, en binnen welke tijd? Fondsen hebben geen glazen bol. Ze willen gewoon weten waar ze in investeren.


4. Zorg dat je begroting klopt — en eerlijk is

Een begroting zegt veel over de professionaliteit van een organisatie. Dat zien fondsen ook. Te lage bedragen roepen vragen op. Te hoge bedragen ook.

Wat helpt:

  • Gebruik echte prijzen, geen schattingen

  • Licht afwijkende kosten kort toe

  • Laat zien wat je zelf bijdraagt

  • Maak duidelijk dat het project niet omvalt als het fonds niet 100% betaalt

Je hoeft het niet mooier te maken. Realistisch en duidelijk werkt het beste.


5. Betrek anderen (ook al is het in kleine vorm)

Samenwerking klinkt soms grootser dan het is. Maar zelfs een lokale partner, school, vereniging of bewoner die iets meedoet, kan het verschil maken.

Fondsen willen weten dat er draagvlak is en dat je niet in je eentje een heel project probeert te trekken.


6. Sluit sterk af (niet met een herhaling)

Veel aanvragen eindigen met een soort samenvatting van wat er al gezegd is. Dat leest niemand. Gebruik het laatste stukje om helder te maken waarom het project nú moet gebeuren. Wat gaat er verloren als je het laat liggen?

Dat maakt meer indruk dan een nette afronding.


Tot slot

Een goede fondsaanvraag klinkt niet “professioneel” in de zin van wollige zinnen. Eerder het tegenovergestelde. Je verhaal moet helder zijn, kloppen, en laten zien dat je het project begrijpt én aankunt.

Als je ergens vastloopt of gewoon wilt sparren over een aanvraag waar je al aan werkt, dan kijken we graag even mee. Soms is een kleine aanpassing al genoeg om het verschil te maken.

Lees verder op onze pagina Fondsenwerving & Subsidieadvies, daar leggen we precies uit hoe wij organisaties begeleiden bij strategie, teksten en volledige aanvraagtrajecten.

Fondsenwerving & Subsidieadvies

voor stichtingen en verenigingen

ASSICT Fondsenwerving ondersteunt stichtingen, ANBI’s en verenigingen bij het realiseren van duurzame en haalbare financiering. Wij helpen maatschappelijke organisaties binnen welzijn, jeugd, zorg, cultuur, sport en buurtinitiatieven met het vinden van passende fondsen, het schrijven van sterke aanvragen en het realiseren van concrete resultaten.

Onze aanpak begint met een duidelijke analyse van jouw project, doelgroep en beoogde impact. Van daaruit onderzoeken wij geschikte fondsen en subsidies, bepalen we de juiste strategie en begeleiden we het volledige aanvraagproces – van onderbouwing tot verantwoording. Zo zorgen we voor rust, overzicht en maximale kans op toekenning.

Wat wij voor jouw organisatie kunnen betekenen

Voor wie werken wij?

Wij ondersteunen onder andere:

Samen bouwen we aan impact

ASSICT staat voor betrouwbaarheid, betrokkenheid en een professionele aanpak. Wij denken mee, structureren en begeleiden jouw project met als doel: meer impact door betere financiering.

Neem vrijblijvend contact op voor advies of ondersteuning.