
Soms zien we dat een stichting met de beste bedoelingen een aanvraag opstelt die meer klinkt als een wensenlijst dan als een uitvoerbaar plan. En dat gebeurt sneller dan je denkt. Je wilt impact maken, je doelgroep helpen, het project aantrekkelijk presenteren — logisch. Maar voor je het weet groeit het idee uit tot iets dat bijna niemand binnen de organisatie nog kan dragen. En dat merken fondsen meteen.
Wanneer ambitieuze aanvragen een risico vormen voor je stichting
Bij jonge stichtingen of projecten met veel energie zien we dit het vaakst gebeuren. Er zit zoveel drive in het team dat de aanvraag vanzelf groter wordt dan het oorspronkelijke idee. Ineens ligt er een landelijke uitrol op tafel terwijl er nog nooit een pilot is gedraaid. Of er wordt gerekend op tientallen vrijwilligers, terwijl de huidige groep al moeite heeft om het huidige werk te dragen. In zulke situaties tillen ambitieuze aanvragen een stichting onbedoeld boven haar draagkracht.
Ambitie is op zichzelf geen probleem. Maar fondsen kijken scherp naar haalbaarheid. Het gaat mis wanneer een organisatie zichzelf overschat: een begroting die niet past bij de capaciteit, activiteiten die in de praktijk niet uitvoerbaar zijn, of partnerschappen die alleen nog op papier bestaan.
Begin bij wat jullie wél aankunnen
Groot denken hoeft niet om indruk te maken. Fondsen waarderen helderheid, realisme en een stevig fundament veel meer dan een visionair plan dat in de praktijk uiteenvalt. Daarom adviseren we organisaties vaak om te beginnen bij het kleinste werkbare project. Wat kunnen jullie nu al, met de mensen en middelen die er zijn? Wat lukt sowieso?
Dat klinkt misschien bescheiden, maar fondsen waarderen dat juist. Het laat zien dat jullie weten waar jullie staan — en dat vergroot de kans op toekenning aanzienlijk.
Werk met een concrete teamschatting
Een simpele oefening werkt altijd goed: laat iedereen die bij het project betrokken is opschrijven hoeveel tijd en energie ze écht beschikbaar hebben. Niet theoretisch, maar praktisch. Naast het werk dat al draait.
Bij een welzijnsstichting zagen we dit laatst nog gebeuren. Het team was enthousiast over een nieuw buurtnetwerk, maar toen ze eerlijk naar de uren keken, bleek dat ze gezamenlijk maar een halve dag per week vrij konden maken. Het plan werd stevig bijgeschaafd. Kleinere scope, duidelijker doel — en de aanvraag werd uiteindelijk veel sterker én realistischer beoordeeld.
Schrijf eerst het plan, daarna de ambities
Aanvragen lopen vaak uit de hand omdat organisaties te vroeg in “groot denken” stappen. Begin daarom altijd met de basis:
- Wie helpen we?
- Wat gaan we precies doen?
- Wat is er minimaal nodig om dit deel goed te realiseren?
Pas daarna kun je nadenken over eventuele groei. Dat mag je best kort benoemen, maar nooit opnemen in de begroting of planning van het startproject.
Laat iemand van buiten meekijken
Een frisse blik doet wonderen. Iemand die niet is meegesleept in het enthousiasme ziet sneller waar het plan onrealistisch wordt. We merken vaak dat organisaties schrikken wanneer we hun concept hardop voorlezen: ineens hoor je hoe ambitieus de tekst eigenlijk klinkt. Die spiegel werkt — en houdt je aanvraag geloofwaardig.
Te ambitieus betekent zelden “te veel idee”
Het probleem zit bijna nooit in de visie, maar in de stapgrootte. Fondsen hebben liever drie kleine, goed uitgevoerde projecten dan één groot plan dat halverwege instort. Een realistische aanvraag laat ruimte om te groeien, maar vraagt nooit meer dan een organisatie aankan. Zo houd je ambitieuze aanvragen als stichting realistisch, haalbaar en fondsproof.
Wil je dat iemand meekijkt voordat je indient?
Twijfel je of jullie plannen te ambitieus klinken? We kijken graag met je mee. We helpen dagelijks stichtingen, ANBI’s, buurtinitiatieven en stichtingen om aanvragen scherp, realistisch en fondsproof te maken. Neem dan contact op via het contactformulier.
